Childstories.org
  • 1
  • Alle sprookjes
    van Grimm
  • 2
  • Gesorteerd op
    leestijd
  • 3
  • Perfect voor
    het voorlezen
Broertje en zusje
Broertje en zusje Märchen

Broertje en zusje - Sprookje van de Gebroeders Grimm

Leestijd voor kinderen: 17 min

Broertje nam zijn zusje bij de hand en sprak: „Sinds onze moeder dood is hebben wij geen goed ogenblik meer gekend; onze stiefmoeder geeft ons alle dagen slaag en als wij bij haar komen trapt zij ons het huis uit. De harde broodkorsten die overblijven zijn ons voedsel en het hondje onder de tafel heeft het nog beter, dat werpt ze dikwijls een lekker hapje toe. Het is gewoon verschrikkelijk! – als onze moeder dat eens wist! Kom, laten wij samen de wijde wereld ingaan.“ Zij liepen de hele dag over weiden, velden en stenige paden en als het regende sprak het meisje: „God en onze harten, zij schreien tezamen!“ ’s Avonds kwamen zij in een groot bos en waren zo moe van honger en ellende en van de lange tocht dat zij in een holle boom gingen zitten en in slaap vielen.

Toen zij de volgende morgen wakker werden stond de zon al hoog aan de hemel en scheen warm in de boom. Toen sprak het broertje: „Zusje, ik heb dorst; als ik een bronnetje wist zou ik er heen gaan en wat drinken; ik geloof dat ik water hoor ruisen.“ Broertje stond op en nam Zusje bij de hand om het bronnetje te gaan zoeken. De boze stiefmoeder was echter een heks en zij had wel gezien dat de beide kinderen weggelopen waren; zij was hen heimelijk achterna geslopen zoals heksen dat doen en zij had alle bronnen in het bos betoverd. Toen de kinderen nu een bron vonden waarvan het water glinsterend over de stenen sprong, wilde Broertje drinken maar het zusje hoorde in het ruisen de woorden: „Wie uit mij drinkt wordt een tijger. Wie uit mij drinkt wordt een tijger.“ Toen riep het zusje: „Drink alsjeblieft niet, Broertje, drink niet, anders word je een wild dier en dan verscheur je mij.“ Het broertje dronk niet ofschoon hij erge dorst had en sprak: „Ik zal tot de volgende bron wachten.“ Toen zij bij het tweede bronnetje kwamen hoorde het zusje hoe ook hieruit de woorden klonken: „Wie uit mij drinkt wordt een wolf; wie uit mij drinkt wordt een wolf.“ Toen riep het zusje: „Broertje, drink alsjeblieft niet, anders word je een wolf, en dan verslind je mij.“ Het broertje dronk niet en sprak: „Ik zal wachten tot wij bij de volgende bron komen maar dan moet ik drinken, je kunt zeggen wat je wilt, ik heb veel te veel dorst.“ En toen zij bij het derde bronnetje kwamen hoorde het zusje in het ruisen de woorden: „Wie uit mij drinkt wordt een ree, wie uit mij drinkt wordt een ree.“ Het zusje sprak: „O, broertje, drink alsjeblieft niet, drink niet, anders word je een ree en dan loop je van mij weg.“ Maar het broertje was al bij de bron neergeknield, had zich voorovergebogen en van het water gedronken en toen de eerste druppels zijn lippen hadden beroerd lag hij daar als een reekalfje.

Broertje en zusje SprookjeBeeld: George Hinke (1883 – 1953)

Nu weende het zusje over het arme betoverde broertje en het reetje schreide ook en zat heel bedroefd naast haar. Tenslotte sprak het meisje: „Wees stil, lief reetje, ik zal je nooit verlaten.“ Toen deed zij haar gouden kousenband af en bond die om de hals van het reetje, sneed biezen en vlocht daar een zacht koord van. Daar bond zij het diertje mee vast en zij leidde het steeds dieper het bos in. En toen zij lang, heel lang gelopen hadden kwamen zij eindelijk bij een huisje; het meisje keek naar binnen en omdat het leeg was dacht zij: „Hier kunnen wij blijven wonen.“ Toen zocht zij voor het reetje wat bladeren en mos om een zacht leger van te maken en iedere morgen ging zij er op uit om wortels, bessen en noten te vergaren en voor het reetje bracht zij mals gras mee dat het uit haar hand at; het was tevreden en speelde om haar heen. ’s Avonds, als het zusje moe was en haar gebed gezegd had legde zij haar hoofd op de rug van het reekalf – dat was haar kussen waarop zij zacht insliep. Als het broertje maar een mensengedaante had gehad, zou het een heerlijk leven geweest zijn.

Lange tijd waren zij zo alleen in de wildernis. Toen gebeurde het dat de koning van het land een grote jachtpartij hield in het bos. Hoornsignalen, hondengeblaf en opgewekte kreten van de jagers schalden door de bomen en het reetje hoorde het en was er maar al te graag bij geweest. „Ach,“ sprak het tot zijn zusje, „laat mij eruit om bij de jacht te zijn, ik kan het niet langer meer uithouden,“ en het smeekte net zolang tot zij toestemde. „Maar kom in ieder geval ’s avonds terug,“ sprak zij tot hem, „voor de woeste jagers sluit ik mijn deurtje en opdat ik weet dat jij het bent moet je kloppen en zeggen: „Zusje mijn, laat mij erin,“ en als je dat niet zegt doe ik mijn deurtje niet open.“ Toen sprong het reetje naar buiten en het voelde zich zo heerlijk vrij en opgewekt in de open lucht. De koning en zijn jagers zagen het mooie dier en zetten het na, maar zij konden het niet inhalen en toen zij dachten dat zij het zeker te pakken hadden sprong het over de struiken weg en was verdwenen.

Broertje en zusje SprookjeBeeld: George Hinke (1883 – 1953)

Toen het donker werd liep het naar het huisje, klopte aan en sprak: „Zusje mijn, laat mij erin.“ Toen werd het deurtje voor hem opengedaan, het sprong naar binnen en rustte de hele nacht uit op zijn zacht leger. De volgende morgen begon de jacht opnieuw en toen het reetje de jachthoorn weer hoorde en het Ho-ho van de jagers, had het geen rust meer en sprak: „Zusje, doe de deur voor mij open, ik moet eruit.“ Het zusje maakte de deur voor hem open en sprak: „Maar vanavond moet je er weer zijn en je spreukje zeggen.“ Toen de koning en zijn jagers het reetje met de gouden halsband weer zagen maakten zij er met zijn allen jacht op, maar het was te behendig en het was hen te vlug af.

Broertje en zusje SprookjeBeeld: George Hinke (1883 – 1953)

Dat duurde de hele dag, maar eindelijk hadden de jagers het ’s avonds omsingeld en een van hen verwondde het licht aan zijn poot, waardoor het hinkte en langzaam wegliep. Toen sloop een jager het achterna tot aan het huisje en hoorde hoe het riep: „Zusje mijn, laat mij erin,“ en hij zag dat de deur voor hem werd opengedaan en dadelijk weer gesloten. De jager nam dat alles goed in zich op, ging naar de koning toe en vertelde hem wat hij gezien en gehoord had. Toen sprak de koning: „Morgen zal er nog één keer gejaagd worden.“

Maar het zusje schrok erg toen zij zag dat haar reekalfje gewond was. Zij waste het bloed af, legde kruiden op de wond en sprak: „Ga naar je leger, lief reetje, dan kan het weer genezen.“ Maar het wondje was zo gering dat het reetje er ’s morgens niets meer van merkte. En toen het de volgende dag de jachtpret buiten weer hoorde sprak het: „Ik kan het niet uithouden, ik moet erbij zijn; zo gauw zullen zij mij niet te pakken krijgen.“ Het zusje schreide en sprak: „Nu zullen zij je doden en dan ben ik hier alleen in het bos en van alles en iedereen verlaten, ik laat je er niet uit.“ -„Dan sterf ik hier van verdriet,“ antwoordde het reetje, „als ik de jachthoorn hoor kan ik niet stil blijven zitten.“ Toen kon het zusje niet anders en zij deed met een bezwaard hart de deur voor hem open en het reetje sprong gezond en vrolijk het bos in. Toen de koning het zag sprak hij tot zijn jagers: „Jaag het de hele dag na tot de avond, maar zorg ervoor dat niemand het kwaad doet.“ Zodra de zon was ondergegaan sprak de koning tot de jager: „Kom mee, wijs mij nu dat huisje in het bos.“ En toen hij voor het deurtje stond klopte hij aan en riep: „Lief zusje, laat mij erin.“ Daarop ging de deur open en de koning trad binnen en daar stond een meisje, zo schoon als hij nog nooit gezien had. Het meisje schrok toen zij zag dat het niet het reetje was dat daar binnenkwam, maar een man met een gouden kroon op zijn hoofd.

Broertje en zusje SprookjeBeeld: George Hinke (1883 – 1953)

De koning echter keek haar vriendelijk aan, reikte haar de hand en sprak: „Wil je met mij meegaan naar mijn slot en mijn lieve vrouw worden?“ – „O ja,“ antwoordde het meisje, „maar het reetje moet ook meegaan, dat verlaat ik niet.“ Toen sprak de koning: „Het mag bij je blijven zolang je leeft en het zal hem aan niets ontbreken.“ Intussen kwam het reetje naar binnenspringen; toen bond het zusje het weer aan het biezenkoord, nam dat in de hand en verliet met het reetje het huisje in het bos.

De koning nam het mooie meisje op zijn paard en bracht het naar zijn slot, waar de bruiloft met veel pracht en praal gevierd werd; nu was zij koningin en zij leefden lange tijd tevreden met elkaar. Het reetje werd gekoesterd en verzorgd en sprong rond in de slottuin.

Broertje en zusje SprookjeBeeld: George Hinke (1883 – 1953)

De boze stiefmoeder echter, die er de oorzaak van was geweest dat de kinderen de wijde wereld waren ingegaan dacht niet anders of Zusje was in het bos door de wilde dieren verscheurd en Broertje was als reekalfje door de jagers doodgeschoten. Toen zij nu hoorde dat zij gelukkig waren en dat het hen goed ging, maakten afgunst en nijd zich meester van haar en lieten haar niet met rust en zij had slechts één gedachte: hoe zij die twee toch nog in het ongeluk kon storten. Haar eigen dochter die zo lelijk was als de nacht en maar één oog had, maakte haar verwijten en sprak: „Koningin worden, dat geluk had mij ten deel moeten vallen.“ – „Stil maar,“ zei de oude vrouw geruststellend, „als de tijd gekomen is zal ik wel zorgen dat ik bij de hand ben.“ Toen er enige tijd verlopen was en de koningin een mooi jongetje ter wereld had gebracht en de koning juist op jacht was, nam de oude heks de gestalte van de kamenier aan, kwam de kamer binnen waar de koningin lag en sprak tot de zieke: „Kom, uw bad is gereed, dat zal u goed doen en u nieuwe kracht geven – vlug, voor het koud wordt.“ Haar dochter was er ook, zij droegen de zwakke koningin naar de badkamer en legden haar in de badkuip; vervolgens deden zij de deur op slot en liepen weg. Zij hadden echter in de badkamer een waar hellevuur aangestoken zodat de mooie jonge koningin wel moest stikken.

Toen dat volbracht was zette de oude vrouw haar dochter een muts op en legde haar in bed in plaats van de koningin. Zij gaf haar ook de gestalte en het uiterlijk van de koningin; alleen het oog dat verloren was gegaan kon zij haar niet teruggeven. Maar opdat de koning het niet zou merken moest zij op die zijde gaan liggen waar zij geen oog had. Toen hij bij zijn terugkomst ’s avonds vernam dat hem een zoontje geboren was verheugde hij zich van harte en wilde naar het bed van zijn lieve vrouw gaan om te zien hoe zij het maakte. Maar de oude vrouw riep gauw: „Als ‚t u blieft niet, laat de gordijnen dicht, de koningin mag nog niet in het licht kijken en moet rust houden.“

Broertje en zusje SprookjeBeeld: George Hinke (1883 – 1953)

De koning ging terug en wist niet dat een valse koningin daar in bed lag.

Toen het nu middernacht was en iedereen sliep zag de baker die in de kinderkamer naast de wieg zat en die alleen nog wakker was, hoe de deur openging en de echte koningin binnentrad. Zij haalde het kind uit de wieg, nam het in haar armen en gaf het te drinken. Vervolgens schudde zij zijn kussentje op, legde het weer terug in de wieg en dekte het toe met het dekentje. Zij vergat echter ook het reetje niet, ging naar de hoek toe waar het lag en streelde het over zijn rug. Daarna liep zij heel stil de deur weer uit en de baker vroeg de volgende morgen aan de wachten of er iemand gedurende de nacht het slot binnengekomen was maar zij antwoordden: „Nee, wij hebben niemand gezien.“

Zo kwam zij vele nachten en sprak daarbij nooit één woord. De baker zag haar steeds, maar zij durfde daar niemand iets van te zeggen.

Na verloop van enige tijd begon de koningin ’s nachts te spreken:

„Wat doet mijn kind? Wat doet mijn ree? Ik kom nog twee keer en dan nooit meer.“

De baker gaf haar geen antwoord, maar toen zij weer verdwenen was ging zij naar de koning en vertelde hem alles. Toen sprak de koning: „Mijn God, wat zou dat betekenen? Ik zal de volgende nacht bij het kind waken.“ ’s Avonds ging hij naar de kinderkamer en te middernacht verscheen de koningin weer en zij sprak:

„Wat doet mijn kind? Wat doet mijn ree? Ik kom nog één keer en dan nooit meer.“

En daarop verzorgde zij het kind, zoals zij het altijd had gedaan, voor zij weer verdween. De koning waagde het niet haar aan te spreken maar waakte ook de volgende nacht. Weer sprak zij:

„Wat doet mijn kind? Wat doet mijn ree? Ik kom na deze keer nooit meer.“

Toen kon de koning zich niet meer bedwingen, snelde naar haar toe en sprak: „Jij kunt niemand anders zijn dan mijn lieve vrouw.“ Toen antwoordde zij: „Ja, ik ben je lieve vrouw,“ en op dat ogenblik kreeg zij door Gods genade het leven weer terug, was fris en gezond en had weer kleur. Daarop vertelde zij de koning welke euveldaad de boze heks en haar dochter aan haar hadden begaan. De koning het beiden voor het gerecht brengen en zij werden veroordeeld. De dochter werd naar het bos gebracht waar de wilde dieren haar verscheurden; de heks echter werd in het vuur geworpen en moest jammerlijk verbranden en toen zij tot as was verbrand kreeg het reekalfje zijn menselijke gedaante weer terug en Zusje en Broertje leefden gelukkig met elkaar tot aan het einde hunner dagen.

LanguagesLearn languages. Double-tap on a word.Learn languages in context with Childstories.org and Deepl.com.

Achtergronden

Interpretaties

Tekstanalyse

„Broertje en Zusje“ is een sprookje van de Gebroeders Grimm dat een klassiek verhaal vertelt over liefde, loyaliteit en de uiteindelijke triomf over het kwaad. Het verhaal begint met twee kinderen, Broertje en Zusje, die niet goed worden behandeld door hun stiefmoeder, die in feite een boze heks is. De kinderen besluiten het huis te ontvluchten en trekken de wereld in.

Tijdens hun reis betovert de stiefmoeder verschillende bronnen in het bos. Wanneer Broertje uit een van de bronnen drinkt, verandert hij in een reekalfje. Ondanks deze tegenslag blijven de twee kinderen samen in een afgelegen huisje in het bos. Hun sterke band en de zorg van Zusje voor haar betoverde broertje zijn hartverwarmend en benadrukken de onbreekbare liefde tussen hen.

Uiteindelijk trekt het reekalfje de aandacht van de koning tijdens een jacht. De koning ontdekt het verhaal van de kinderen en wordt verliefd op Zusje. Hij neemt haar mee naar zijn paleis en ze worden getrouwd, waarbij het reekalfje ook in het paleis blijft wonen. Het geluk van Zusje en Broertje is echter een doorn in het oog van de boze stiefmoeder en haar mismaakte dochter, die proberen het geluk van het koninklijke paar te vernietigen.

Na enkele kwaadaardige pogingen van de stiefmoeder om de koningin te doden en haar eigen dochter in haar plaats te zetten, eindigt het verhaal met rechtvaardigheid: de stiefmoeder en haar dochter worden gestraft, terwijl Zusje haar leven terugkrijgt. Broertje krijgt zijn menselijke vorm terug en ze leven nog lang en gelukkig.

Dit sprookje bevat de klassieke elementen van goed versus kwaad, transformatie, en de overwinning van rechtvaardigheid, zoals vaak te zien is in de sprookjes van de Gebroeders Grimm. De symboliek van de betoverde bronnen en de uiteindelijke bevrijding van de betovering schijnt door als een boodschap van hoop en volharding.

„Broertje en zusje“ is een van de adembenemende sprookjes van de Gebroeders Grimm, dat draait om liefde, trouw en het overwinnen van kwaad. Hier zijn enkele interpretaties en analyses van dit klassieke verhaal:

Familiedynamiek en Stiefmoeder Archetype: Het sprookje begint met de onderdrukking door een boze stiefmoeder, een veelvoorkomend motief in sprookjes. Ze belichaamt jaloezie en wreedheid, waardoor de kinderen gedwongen worden hun huis te verlaten. Dit weerspiegelt vaak de angsten over nieuwe familiedynamieken en de onzekerheden die ermee gepaard gaan.

Onschuld en Opoffering: Broertje en Zusje vertegenwoordigen onschuld en puurheid. Hun hechte band en toewijding aan elkaar, vooral de opoffering die Zusje doet door bij haar betoverde broer te blijven, benadrukken de kracht van familiebanden en onvoorwaardelijke liefde.

Magie en Transformatie: De betovering van Broertje in een reekalf symboliseert de invloed van kwade krachten maar ook de mogelijkheid van verandering. Het vertelt ook over het verlies van kinderlijke onschuld en de uitdagingen van volwassen worden. Uiteindelijk wijst de terugkeer naar zijn menselijke vorm op de uiteindelijke overwinning van goed over kwaad.

De Natuurlijke Wereld: Het bos speelt een belangrijke rol als toevluchtsoord en plaats van beproeving. Het is een plek waar het kwaad actief is (betoverde bronnen) maar ook waar de waarheid kan worden hersteld (het reekalf krijgt zijn menselijke vorm terug). Sprookjes gebruiken vaak bossen als symbolen van het onbekende en de innerlijke reis.

Identiteit en Maskerade: De vermomming van de stiefmoeder en haar dochter als de koningin toont het misbruik van macht en de breekbaarheid van identiteit. Echter, de ware aard onthult zichzelf altijd, zoals te zien is wanneer de koningin terugkeert en haar rechtmatige plaats opeist.

Herstel van de Orde: Uiteindelijk draait het verhaal om het herstel van de juiste orde. Het kwaad wordt bestraft, de rechtmatige koningin wordt hersteld en de familie herenigd. Dit weerspiegelt het verlangen naar rechtvaardigheid en harmonie in de wereld.

„Broertje en zusje“ blijft een krachtig verhaal dat lezers en luisteraars uitnodigt om na te denken over de dynamiek van familiebanden, de kracht van liefde en de onvermijdelijke overwinning van het goede.

Het sprookje „Broertje en Zusje“ van de Gebroeders Grimm is een klassiek verhaal dat enkele diepgaande thema’s en symbolieken bevat. Een linguïstische analyse van dit sprookje kan zich richten op de structurele kenmerken, taalgebruik en symbolische elementen die in het verhaal naar voren komen. Het verhaal volgt de klassieke opbouw van een sprookje: een inleiding die de personages en hun problemen introduceert, een reeks obstakels of beproevingen, en een ontknoping waarin de problemen worden opgelost. De hoofdstructuur is eenvoudig: de vlucht uit huis, de betovering, het leven in het bos, de bedreiging en uiteindelijke redding.

Herhalingen: Repetitieve elementen zijn typisch voor sprookjes en helpen zowel de spanning op te bouwen als het verhaal memorabel te maken. In dit verhaal is er een herhaling van de manier waarop het broertje naar de bronnen gaat terwijl het zusje de waarschuwingen hoort. Tevens zien we herhaling in de manier waarop het zusje het reetje laat terugkeren naar het huisje.

Directe Rede: Er wordt veel gebruik gemaakt van directe rede, wat het verhaal levendig maakt en de lezer betrekt bij de emoties en beslissingen van de personages. Bijvoorbeeld, de directe uitspraken van het broertje en zusje geven inzicht in hun wanhoop en hoop.

Poëtisch en Symbolisch Taalgebruik: Uitdrukkingen als „God en onze harten, zij schreien tezamen“ voegen een poëtische en emotionele laag toe aan het verhaal. De bronnen en hun betoverde boodschappen zijn symbolisch voor de verleiding en de gevolgen van onbezonnen keuzes.

Betoverde Bronnen: De bronnen vertegenwoordigen keuzes en de transformatie die volgt op deze keuzes. Elke bron voorspelt een specifieke dierenvorm, wat thema’s als verlies van identiteit en de kracht van magie benadrukt.

Transformatie: De verandering van het broertje in een ree symboliseert zowel de onschuld als de kwetsbaarheid van de situatie waarin de kinderen zich bevinden. Het vertelt ook iets over de macht van ouderlijke figuren (de stiefmoeder) en de uitdagingen van volwassen worden.

De boze stiefmoeder: Zoals in veel sprookjes, vertegenwoordigt de stiefmoeder kwaad en bedrog. Zij is de veroorzaker van het kwaad dat de hoofdpersonages moeten overwinnen.

Familie en Loyaliteit: De band tussen het broertje en zusje is sterk en onverbrekelijk, zelfs als ze worden geconfronteerd met gevaar en transformatie. Hun liefde en loyaliteit voor elkaar vormen het emotionele hart van het verhaal.

Overwinning van het Kwaad: Het sprookje volgt de conventie van het goede dat uiteindelijk zegeviert over het kwaad. Ondanks hun lijden en de listen van de stiefmoeder vinden de kinderen hun geluk.

Transitie van Onschuld naar Ervaring: De reis van de kinderen door het bos en hun ontmoetingen met magie en bedrog kunnen als een metafoor worden gezien voor de overgang naar volwassenheid en wijsheid.

In essentie is „Broertje en Zusje“ een verhaal van avontuur, betovering en uiteindelijke verlossing, kenmerkend voor de diep menselijke worstelingen en hoop die in sprookjes worden verbeeld.


Informatie voor wetenschappelijke analyse

Kengeta
Waarde
AantalKHM 11
Aarne-Thompson-Uther-IndexATU Typ 450
VertalingenDE, EN, DA, ES, FR, PT, FI, HU, IT, JA, NL, PL, RO, RU, TR, TR, VI, ZH
Leesbaarheidsindex door Björnsson35.1
Flesch-Reading-Ease Index66.4
Flesch–Kincaid Grade-Level9.8
Gunning Fog Index12
Coleman–Liau Index8.9
SMOG Index10.4
Geautomatiseerde leesbaarheidsindex9.9
Aantal karakters12.672
Aantal letters9.930
Aantal zinnen102
Aantal woorden2.368
Gemiddeld aantal woorden per zin23,22
Woorden met meer dan 6 letters282
Percentage lange woorden11.9%
Totaal lettergrepen3.271
Gemiddeld aantal lettergrepen per woord1,38
Woorden met drie lettergrepen160
Percentage woorden met drie lettergrepen6.8%
Vragen, opmerkingen of ervaringsverslagen?

Privacyverklaring.

De beste Sprookjes

Copyright © 2025 -   Over ons | Privacyverklaring |Alle rechten voorbehouden Aangedreven door childstories.org

Keine Internetverbindung


Sie sind nicht mit dem Internet verbunden. Bitte überprüfen Sie Ihre Netzwerkverbindung.


Versuchen Sie Folgendes:


  • 1. Prüfen Sie Ihr Netzwerkkabel, ihren Router oder Ihr Smartphone

  • 2. Aktivieren Sie ihre Mobile Daten -oder WLAN-Verbindung erneut

  • 3. Prüfen Sie das Signal an Ihrem Standort

  • 4. Führen Sie eine Netzwerkdiagnose durch