Childstories.org
  • 1
  • Alle sprookjes
    van Grimm
  • 2
  • Gesorteerd op
    leestijd
  • 3
  • Perfect voor
    het voorlezen
De Bremer Stadsmuzikanten
De Bremer Stadsmuzikanten Märchen

De Bremer Stadsmuzikanten - Sprookje van de Gebroeders Grimm

Leestijd voor kinderen: 10 min

Een man had een ezel, die al jaren lang onverdroten de zakken naar de molen had gedragen maar wiens krachten nu begonnen af te nemen, zodat hij steeds ongeschikter voor zijn werk werd. Toen dacht zijn meester erover hem maar weg te doen om hem niet langer in de kost te hebben; maar de ezel kreeg in de gaten, dat de wind in de verkeerde hoek zat, smeerde „m en ging op weg naar Bremen. Daar, zo meende hij, kon hij wel stadsmuzikant worden. Toen hij een poosje gelopen had, trof hij op de weg een jachthond aan die lag te hijgen als iemand die moe is van het harde lopen. „Wat lig jij daar zo te hijgen, Pak-aan,“ vroeg de ezel. „Ach,“ zei de hond, „omdat ik oud ben en met de dag zwakker word en ook op jacht niet goed meer mee kan komen, heeft mijn meester mij willen doodslaan en toen heb ik de benen genomen; maar waarmee kan ik nu mijn brood verdienen?“ – „Weet je wat,“ sprak de ezel, „ik ga naar Bremen om daar stadsmuzikant te worden, ga mee en kom ook bij de muziek.

De Bremer Stadsmuzikanten SprookjeBeeld: Oskar Herrfurth (1862-1934)

Ik speel op de luit en jij slaat op de pauken,“ De hond vond dat best en zij trokken verder. Het duurde niet lang of zij zagen een kat langs de weg zitten die een gezicht trok als drie dagen slecht weer.

„Wat zit jou zo dwars, ouwe snorrenpoetser?“ sprak de ezel. „Wie kan er nu vrolijk zijn als zijn leven op het spel staat?“ antwoordde de kat. „Omdat ik een jaartje ouder word, mijn tanden stomp worden en ik liever achter de kachel zit te spinnen dan op muizen jacht ga, heeft mijn meesteres mij willen verdrinken; ik heb mij weliswaar nog uit de voeten kunnen maken, maar nu is goede raad duur: Waar moet ik heen?“ – „Ga met ons mee naar Bremen, jij kunt ’s nachts toch zo goed muziek maken? Nu, daar kun je stadsmuzikant worden.“ De kat vond dat wel een goed idee en ging mee. Daarop kwamen de drie voortvluchtigen langs een hofstede en daar zat op het hek de hofhaan te kraaien alsof zijn leven er vanaf hing.

De Bremer Stadsmuzikanten SprookjeBeeld: Oskar Herrfurth (1862-1934)

„Jij kraait dat het iemand door merg en been gaat,“ sprak de ezel, „wat is er met jou aan de hand?“ – „Nu heb ik mooi weer voorspeld,“ sprak de haan, „omdat het vandaag Onze-Lieve-Vrouwedag is, de dag waarop zij het hemdje van het Christuskindje gewassen heeft en dat wil drogen; maar omdat er morgen voor de zondag gasten komen, heeft de vrouw des huizes toch geen erbarmen en zij heeft tegen de keukenmeid gezegd, dat zij mij morgen in de soep wil hebben en nu moet ik mij vanavond de kop laten afsnijden. Nu kraai ik uit volle borst zolang het nog kan.“ – „Och kom, Roodkop,“ zei de ezel, „trek liever met ons mee, wij gaan naar Bremen. Iets beters dan de dood kun je overal wel vinden. Je hebt een goede stem en als wij samen muziek maken dan zul je eens wat horen!“ De haan vond dit een goed voorstel en met zijn vieren trokken zij verder.

Zij konden echter de stad Bremen niet in één dag bereiken en kwamen ’s avonds in een bos waar ze de nacht wilden doorbrengen. De ezel en de hond gingen onder een grote boom liggen, de kat en de haan zochten hun toevlucht in de takken, de haan echter vloog tot in de top, waar hij het veiligst zat. Voor hij ging slapen keek hij nog éénmaal in alle vier windrichtingen; toen dacht hij, dat hij in de verte een lichtje zag branden en hij riep tot zijn makkers, dat er niet ver weg een huis moest zijn, want er scheen licht. De ezel sprak: „Dan moeten wij ons maar op weg begeven om daar alsnog naar toe te gaan, want deze herberg hier is maar slecht.“

De hond was van mening, dat een paar botten waar nog wat vlees aanzat hem ook niet onwelkom zouden zijn. En zo begaven zij zich op weg in de richting van het licht en zagen het al gauw helderder schijnen en groter worden tot zij bij een hel verlicht rovershuis kwamen.

De Bremer Stadsmuzikanten SprookjeBeeld: Oskar Herrfurth (1862-1934)

De ezel, die de grootste was, ging naar het raam en keek naar binnen. „Wat zie je, Grauwtje?“ vroeg de haan. „Wat ik zie?“ antwoordde de ezel, „een gedekte tafel met heerlijk eten en drinken en er zitten rovers omheen, die het zich goed laten smaken.“ -„Dat zou wel iets voor ons zijn,“ sprak de haan. „Ja, ja, ach, zaten wij er maar!“ zei de ezel. Toen beraadslaagden de dieren hoe zij het moesten aanleggen om de rovers eruit te jagen en eindelijk bedachten zij er wat op. De ezel moest met zijn voorpoten op het raamkozijn gaan staan, de hond op de rug van de ezel springen, de kat op de hond klimmen en tenslotte vloog de haan boven op de kop van de kat. Toen dat gebeurd was begonnen zij op een teken allen tegelijk hun muziek te maken: de ezel balkte, de hond blafte, de kat miauwde en de haan kraaide;“ daarop stortten zij zich door het raam de kamer in, zodat de ruiten rinkelden.

De Bremer Stadsmuzikanten SprookjeBeeld: Oskar Herrfurth (1862-1934)

De rovers vlogen bij het ontzettende geschreeuw overeind, dachten niet anders of er kwam een spook naar binnen en vluchtten in doodsangst het bos in. Nu gingen de vier makkers aan tafel zitten, namen de resten van de maaltijd voor Hef en aten alsof zij vier weken zouden moeten vasten.

Toen de vier muzikanten klaar waren doofden zij het licht en ieder van hen zocht, al naar zijn aard, de gemakkelijkste slaapplaats uit. De ezel ging op de mesthoop liggen, de hond achter de deur, de kat bij de haard dichtbij de warme as en de haan ging op de hanebalken zitten – en daar zij moe waren van hun lange tocht, sliepen zij dan ook weldra in. Toen het middernacht was geweest en de rovers vanuit de verte zagen, dat er geen licht meer brandde in het huis en alles rustig scheen te zijn, sprak de hoofdman: „Wij hadden ons toch niet zo de schrik op het lijf moeten laten jagen,“ en hij beval een van de rovers naar het huis te gaan en de zaak te onderzoeken. Degene, die erop uitgestuurd was vond alles in rust; hij liep de keuken in om licht te maken en aangezien hij de vurige ogen van de kat voor gloeiende kolen aanzag, hield hij er een zwavelstokje bij, opdat het vlam zou vatten.

Maar de kat liet niet met zich spotten, sprong in zijn gezicht en blies en krabde hem. De man schrok geweldig en wilde door de achterdeur naar buiten hollen; maar de hond, die daar lag, sprong op en beet hem in zijn been; en toen hij over het erf langs de mesthoop rende, gaf de ezel hem nog een fikse trap met zijn achterpoot; de haan echter die door al het lawaai klaarwakker was geworden, riep vanaf zijn balk naar beneden. „Kukeleku!“ Toen liep de rover zo hard hij maar kon terug naar zijn hoofdman en sprak: „Oh, wee!

De Bremer Stadsmuzikanten SprookjeBeeld: Oskar Herrfurth (1862-1934)

, in het huis zit een afschuwelijke heks, die tegen mij blies en met haar lange vingers mijn gezicht kapot gekrabd heeft; en voor de deur staat een man met een mes, die mij in mijn been heeft gestoken en op het erf ligt een zwart monster, dat mij met een houten knuppel heeft afgeranseld; en boven op het dak, daar zit de rechter die riep: ‚Breng hier die schurk.‘ Toen heb ik gemaakt, dat ik wegkwam.“

De Bremer Stadsmuzikanten SprookjeBeeld: Oskar Herrfurth (1862-1934)

Vanaf dat ogenblik durfden de rovers het huis niet meer in, de vier Bremer muzikanten beviel het er echter zo goed, dat zij er niet meer uit wilden. En degene die dit het laatst verteld heeft, zijn mond is nog warm!

LanguagesLearn languages. Double-tap on a word.Learn languages in context with Childstories.org and Deepl.com.

Achtergronden

Interpretaties

Tekstanalyse

„De Bremer Stadsmuzikanten“ is een sprookje verzameld door de gebroeders Grimm dat gaat over vier dieren – een ezel, een hond, een kat en een haan – die besluiten samen op reis te gaan naar Bremen om daar stadsmuzikanten te worden. Elk van de dieren is om verschillende redenen door hun eigenaars in de steek gelaten of staat op het punt dat te worden, meestal omdat ze oud zijn en niet meer in staat hun eerdere taken uit te voeren.

Onderweg vinden ze een huis dat wordt bezet door rovers en besluiten ze gezamenlijk de rovers eruit te jagen door op een indrukwekkende manier kabaal te maken. Dit lukt, en de rovers worden zo bang dat ze vluchten. De vier dieren nemen hun intrek in het huis en besluiten daar te blijven in plaats van hun reis naar Bremen voort te zetten.

Het verhaal illustreert thema’s van samenwerking en vriendschap, waarbij de dieren, ondanks hun verschillen en individuele tekortkomingen, samen sterker zijn. Elk dier voegt zijn unieke eigenschappen toe aan de groep en samen slagen ze erin hun vijanden te verjagen en een veilig onderkomen te vinden. Het sprookje benadrukt het belang van samenwerking, creativiteit en de kracht die uitgaat van een diverse groep die samenwerkt om een gemeenschappelijk doel te bereiken.

„De Bremer Stadsmuzikanten“ is een klassiek sprookje van de gebroeders Grimm waarin vier dieren – een ezel, een hond, een kat en een haan – hun plek in de wereld proberen te vinden nadat ze door hun eigenaars verstoten zijn vanwege hun ouderdom en verminderde vaardigheden. Ze besluiten samen naar Bremen te reizen om daar stadsmuzikanten te worden.

Dit sprookje kan op verschillende manieren worden geïnterpreteerd:

Vriendschap en Samenwerking: Het sprookje benadrukt het belang van samenwerking en vriendschap. Elk dier brengt zijn eigen unieke krachten en talenten mee, en samen kunnen ze veel meer bereiken dan alleen.

Veerkracht en Aanpassingsvermogen: Ondanks hun leeftijd en afnemende fysieke capaciteiten, geven de dieren niet op. Ze passen zich aan hun omstandigheden aan en zoeken naar nieuwe mogelijkheden om te overleven en te gedijen.

Afwijzing en Acceptatie: Alle vier de dieren zijn afgewezen door hun eigenaars maar vinden acceptatie en een doel in het gezelschap van elkaar. Dit toont aan dat er altijd een plek kan zijn waar men geaccepteerd wordt, zelfs als dat niet de meest voor de hand liggende plek is.

Creativiteit en Slimheid: Het plan om de rovers te verjagen toont de kracht van creativiteit en slimme strategieën om problemen op te lossen. In plaats van brute kracht te gebruiken, gebruiken de dieren hun muzikale ‚vaardigheden‘ om een schijnbaar onmogelijke situatie om te draaien.

Leven na ‚Pensioen‘: Het sprookje kan ook worden gezien als een metafoor voor het leven na pensioen of ouderdom, waarin de dieren een nieuwe kans krijgen om van waarde te zijn en te genieten van hun leven, zelfs nadat ze als ‘nutteloos’ zijn bestempeld door de samenleving.

Elk van deze interpretaties biedt een waardevolle les en benadrukt universele thema’s die nog steeds relevant zijn in de moderne samenleving.

„Linguïstische analyse van ‚De Bremer Stadsmuzikanten‘ van de Gebroeders Grimm“

Ouderwetse en regionale termen: Woorden zoals „snorrenpoetser“ (kat) en „Grauwtje“ (ezel) dragen bij aan de ouderwetse sfeer van het sprookje. Dit soort terminologie is typerend voor de Grimms‘ sprookjes en geeft het verhaal een bepaalde charme en authenticiteit.
Antropomorfisme: De dieren krijgen menselijke eigenschappen en zijn in staat tot een menselijke spraak en logica, zoals blijkt uit de gesprekken die ze voeren over hun situatie.

Inversie: Zinsconstructies zoals „Toen beraadslaagden de dieren“ en „Daarop kwamen de drie voortvluchtigen“ tonen een stijlfiguur die vooral in geschreven, verhalende teksten wordt gebruikt.
Complexe zinsopbouw: De tekst bevat samengestelde zinnen met nevenschikkende en onderschikkende bijzinnen, bijvoorbeeld: „Toen het middernacht was geweest en de rovers vanuit de verte zagen, dat er geen licht meer brandde in het huis en alles rustig scheen te zijn. “

Thematiek van ouderdom en afgedankt worden: Elk dier ziet zijn lot samenhangen met ouderdom en verval. Het thema van afgedankt worden en vervolgens een nieuwe bestemming of betekenis zoeken, is centraal in het verhaal.
Sociale samenwerking: De dieren ontdekken dat ze samen sterker staan en bedenken gezamenlijk een plan om de rovers te verjagen. Deze samenwerking en het idee dat iedereen, ongeacht hun leeftijd, een unieke bijdrage kan leveren, zijn centrale boodschappen in het sprookje.

Kettingstructuur: Het sprookje volgt een kettingstructuur waarbij elk dier na elkaar aan de groep wordt toegevoegd, wat kenmerkend is voor veel volksverhalen. Dit zorgt voor een ritmisch en makkelijk te volgen verhaalverloop.
Element van herhaling: Het gesprek dat de ezel met elk dier voert, volgt een herhalend patroon dat bijdraagt aan de memoreerbaarheid van het verhaal.

Beeldspraak en personificatie: De dieren en de situaties worden levendig en beeldend beschreven. Bijvoorbeeld, de manier waarop de haan „kraait dat het iemand door merg en been gaat“ of hoe de kat een gezicht trekt „als drie dagen slecht weer. “

Humor en ironie: Het verhaal bevat humoristische elementen, zoals de misverstanden die de rovers hebben over de dieren en de beschrijving van de chaotische situatie die volgt.

In samenvatting biedt ‚De Bremer Stadsmuzikanten‘ niet alleen inzicht in de creativiteit en vertelkunst van de Gebroeders Grimm maar ook een boodschap over samenwerking, waardigheid en het vinden van een nieuwe rol ondanks ouderdom of afwijzing.


Informatie voor wetenschappelijke analyse

Kengeta
Waarde
AantalKHM 27
Aarne-Thompson-Uther-IndexATU Typ 130
VertalingenDE, EN, EL, DA, ES, FR, PT, FI, HU, IT, JA, NL, KO, PL, RO, RU, TR, VI, ZH
Leesbaarheidsindex door Björnsson33.9
Flesch-Reading-Ease Index67.9
Flesch–Kincaid Grade-Level9.6
Gunning Fog Index11.5
Coleman–Liau Index8.2
SMOG Index9.7
Geautomatiseerde leesbaarheidsindex9.5
Aantal karakters6.887
Aantal letters5.339
Aantal zinnen56
Aantal woorden1.309
Gemiddeld aantal woorden per zin23,38
Woorden met meer dan 6 letters138
Percentage lange woorden10.5%
Totaal lettergrepen1.782
Gemiddeld aantal lettergrepen per woord1,36
Woorden met drie lettergrepen71
Percentage woorden met drie lettergrepen5.4%
Vragen, opmerkingen of ervaringsverslagen?

Privacyverklaring.

De beste Sprookjes

Copyright © 2025 -   Over ons | Privacyverklaring |Alle rechten voorbehouden Aangedreven door childstories.org

Keine Internetverbindung


Sie sind nicht mit dem Internet verbunden. Bitte überprüfen Sie Ihre Netzwerkverbindung.


Versuchen Sie Folgendes:


  • 1. Prüfen Sie Ihr Netzwerkkabel, ihren Router oder Ihr Smartphone

  • 2. Aktivieren Sie ihre Mobile Daten -oder WLAN-Verbindung erneut

  • 3. Prüfen Sie das Signal an Ihrem Standort

  • 4. Führen Sie eine Netzwerkdiagnose durch